De Amerikaan Alan Gross die in Cuba veroordeeld is voor hulp aan de oppositie, blijft in de cel. Zijn naam komt niet voor op de lijst van drieduizend gevangenen die vorige week amnestie kregen.

Eind december publiceerde de Gaceta Oficial, het Cubaanse staatsblad, de lijst van 2991 gevangenen die amnestie krijgen. President Raúl Castro had die maatregel daarvoor al aangekondigd. Hij stelde toen ook de vrijlating van 86 buitenlandse gevangenen in het vooruitzicht, onder hen 11 Amerikanen.

Op de lijst van buitenlanders, die niet gepubliceerd werd, komt de naam van Alan Gross niet voor, zeggen Cubaanse overheidsbronnen. De Amerikaan werd in maart dit jaar tot vijftien jaar cel veroordeeld in Cuba. Havana zegt dat de 61-jarige Amerikaan de Cubaanse oppositie “geavanceerde” communicatiemiddelen heeft bezorgd en sluit niet uit dat hij bij spionageactiviteiten betrokken was.

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zegt “diep ontgoocheld” te zijn dat Gross niet vrijkomt. Zolang Gross in de cel blijft, is een normalisering van de relaties tussen beide landen uitgesloten, stelt Washington.

Benedictus XVI
Op de lijst van Cubanen die vrijkomen, staan de namen van zeven politieke gevangenen, zegt mensenrechtenactivist Elizardo Sánchez. Onder hen Alexis Ramírez en Modesto Martínez, die veroordeeld waren voor het kapen van een vliegtuigje om het eiland te ontvluchten. Beiden kwamen op 28 december vrij, zegt Sánchez.

De massale amnestie kwam er op verzoek van familieleden en religieuze instellingen. Het wordt gezien als een geste van de Cubaanse regering met het oog op het bezoek dat paus Benedictus XVI dit jaar aan Cuba wil brengen.

Havana liet vorig jaar en dit jaar ook al meer dan honderd politieke gevangen vrij als gevolg van een gesprek tussen president Castro en kardinaal Jaime Ortega, de aartsbisschop van Havana. (IPS)

 

Vijf boten met Cubaanse rechts-extremisten in de Verenigde Staten hebben op 9 december  vuurwerk afgeschoten op geringe afstand van de Cubaanse kust. De Cubaanse overheid beschouwt die actie als een provocatie.

Een vloot boten met meer dan zestig Cubaanse extremisten aan boord schoot vuurwerk af voor de kust van Cuba als teken van steun voor de oppositie in het land. Ze vroegen respect voor de mensenrechten en de oprichting van een democratisch systeem.

De boten bleven in internationale wateren, op 20 kilometer van de kustlijn. Het vuurwerk begon iets na 19 uur lokale tijd en duurde drie uur. Vanuit de hoofdstad Havana waren gekleurde lichtflitsen waar te nemen. De vloot vertrok vanuit Cayo Hueso in Florida. De organisatoren bedachten het vuurwerkspektakel met de naam Lichten voor de Vrijheid.

“Het vuurwerk is een succes”, zegt Norman del Valle aan de dissidente Cubaanse krant Cuba Encuentro. Del Valle is ondervoorzitter van de Democratiebeweging, de organisatie die de actie organiseerde. “We sturen een boodschap uit van solidariteit met de Damas de Blanco (Vrouwen in het Wit) en met de oppositie. We vestigen de aandacht van de internationale gemeenschap op het feit dat er in Cuba een crimineel en moorddadig regime is dat weerloze vrouwen aan hun lot overlaat.”

Provocatie

“Het is verontrustend dat de regering van Barack Obama niets doet om deze actie tegen te houden”, zegt schrijver Luis Méndez, verbonden aan het ministerie van Binnenlandse Zaken. Volgens hem gaat het plan van de vloot verder dan “simpel vuurwerk”. Het zou een reeks provocatieve acties behelzen binnen Cuba, zoals het slaan op kookpotten en het dragen van “kleding van een bepaalde kleur”. Volgens Méndez staat de leider van de ‘Movimiento Democracia’ (Democratie Beweging), Ramón Saúl Sánchez Rizo, “al jaren bekend als terrorist door zijn acties in de Verenigde Staten.”

Volgens René Mujica, coördinator van de onderzoeksgroep Directie van Noord-Amerika van het ministerie van Buitenlandse Zaken, is Washington volledig op de hoogte van de bezorgdheid van de Cubaanse regering om de actie. “Zulke acties kunnen gevolgen hebben die groter zijn dan wat men oorspronkelijk voor ogen had”, zegt Mujica.

Terrorisme

Het is niet de eerste keer dat de ‘Movimiento Democracia’ dit soort provocerende activiteiten heeft georganiseerd. Sinds de oprichting op 13 juli 1995 hebben ze 17 maal met scheepjes de Cubaanse territoriale wateren geschonden. Hoewel de organisatie beweert een vredelievend karakter te hebben, blijkt uit hun structuur duidelijk het paramilitaire karakter, inclusief hoofd  operationele taken, een hoofd voor marine operaties, één voor luchtoperaties en een hoofd voor de veiligheid.

Sánchez Rizo heeft ook deel uitgemaakt van diverse andere terroristische organisaties, waaronder ‘Jóvenes de Estrella’ (Jongeren van de Ster) en de ‘Organización para la Liberación de Cuba’(Organisatie voor de Bevrijding van Cuba).

José Basulto León (r) en Ramón Saúl Sánchez Rizo (l)

Ramón Saúl Sánchez Rizo (r) met José Basulto León

 

Sánchez Rizo werkt ook nauw samen met de de terroristische organisatie ‘Hermanos al Rescate’ (Broeders ter Redding), die onder leiding staat van de CIA-functionaris José Basulto León. Deze groep heft in de jaren negentig van de vorige eeuw regelmatig met vliegtuigen het Cubaanse luchtruim geschonden. In 1996 leidde dit ertoe dat de Cubaanse luchtmacht twee vliegtuigen heeft neergeschoten, wat door toenmalig president Clinton is aangegrepen om de Helms-Burton Wet in te voeren.